top of page

Wie schuift er aan

Stoel bij kampvuur in half warme, half koude landschapsscène; adelaar zit rechts, mistige bomen op de achtergrond.

Het hele antwoord zit hem in de mimiek van de stoel.


Een stoel heeft geen gezicht. En toch weet iedereen die bij een kring om een vuur komt zitten meteen welke plaats leeg gehouden wordt en welke gewoon nog vrij is. Er is verschil, en het is zichtbaar zonder dat iemand kan aanwijzen waaraan.


Want een lege plaats is geen afwezigheid. Het is een plek die is vrijgehouden. Iemand heeft hem daar gelaten met de bedoeling dat er iets komt zitten. Daarmee zegt hij meer over de verwachting van de kring dan over wie er komt.


En in een kring is dat te merken. Er is geen voorkant en niemand zit vooraan; de lege plek zit tussen twee mensen in, en zij voelen hem allebei aan één zij.


Vier kanten en geen hoogte


Dezelfde stoel heeft inmiddels op vier manieren gestaan.


Leeg aan tafel, waar hij de aandacht dwong op een manier die een bezette stoel nooit doet. Opengehouden voor iemand, en daarmee een verwachting. Iets waar niet langs te kijken valt, zodat wie een ander zoekt eerst tegen de leegte aankijkt. En nu: gereserveerd door iemand die er zelf niet bij zit.


Dat is geen ontwikkeling. Het is een windroos.


Noord, oost, zuid, west, en alles wat daartussen ligt. Wie een windroos afloopt komt nergens uit. Hij eindigt waar hij begon, met meer gezichten van hetzelfde en geen meter hoogte gewonnen.


Wat ontbreekt is onder en boven. En dat is niet nog een vijfde richting. Het is de as die loodrecht op het vlak staat en die bepaalt waar dat vlak zelf ligt.


Denk aan de aarde. Noord en zuid liggen vast omdat zij om een as draait, en om geen andere reden. Dat noord bovenaan de kaart staat is een afspraak van een paar eeuwen oud, geen eigenschap van de planeet — het magnetisch veld is in de aardgeschiedenis honderden keren omgekeerd, en dat is in het gesteente terug te lezen. Noord is dus werkelijk al zuid geweest.


En stel je voor dat zij niet draaide. Dan is er geen noord en geen zuid, want er is geen as. Er is één zijde die brandt en één die bevriest, en de enige richting die overblijft is naar het licht toe of ervan af. De windroos bestaat alleen omdat er iets draait.


Wat het openhouden doet


De vraag die zich opdringt bij een gereserveerde plek is wie er komt zitten. Is het echt. Is het bedoeld om ons in de gaten te houden. Of komt er nooit iemand.


Dat zijn drie antwoorden, en wie ze naast elkaar legt is al aan het kiezen. Ondertussen blijft de stoel staan en verandert er niets aan hem.


De vraag die wel iets oplevert is een andere. Niet wie er komt, maar wat het openhouden zelf doet.


Want dat doet iets, en meteen. In een kring met een vrijgehouden plek zit men anders. Men praat anders. Iemand kijkt er telkens even heen zonder het te merken. De kring richt zich, en zij richt zich op iets wat er niet is.


Dat gebeurt of er iemand komt of niet. Het is het enige aan de hele zaak dat nu al werkt.


En daarom is het openhouden een handeling en geen afwachten. Wie een plek vrijlaat terwijl er mensen staan, betaalt daarvoor en doet het toch. Wie de leegte niet verdraagt, zet er iemand in — een verzinsel, een naam, een gedaante — en dan is de plek gevuld en het openhouden voorbij.


Dat is de moeilijkste van de twee. Niet raden wie er komt. De plek open laten zonder er een gezicht in te schilderen.


De poort en het blad


De poort is de sleutel naar de toestand van het gekomen blad.


Eerst was de poort datgene waarop gewacht werd. Nu is zij zelf de sleutel geworden. Het wachtpunt en de doorgang zijn hetzelfde ding, en het hangt van de kant af waar je staat welk van de twee je ziet.


En het is een sleutel naar een toestand, niet naar een plaats. Er is niets achter de poort dat je binnengaat. Er is iets waarin je komt te verkeren.


Het blad noemt de Eik bij naam en windt er geen doekjes om.


Een blad komt van een boom. Het kan verwaaien tot ver van waar het gegroeid is, en waar het ook belandt, het blijft een eikenblad. Het noemt zijn boom bij naam door zijn vorm, zonder er iets omheen te winden en zonder de gelijkenis groter of kleiner te maken dan zij is.


Zo onverbloemd wordt er zelden iets gezegd. De meeste mensen noemen hun boom niet. Zij zeggen dat het ingewikkeld ligt.


Waarom de sterren dan geen licht geven


Omdat er geen doekjes zijn, geven de sterren geen licht.


Dat kan twee dingen betekenen, en ik kan niet zeggen welke van de twee het is. Beide houden stand.


Het eerste: licht is bemiddeling. Het belicht iets van buitenaf en van een afstand, zodat het gelezen kan worden. Zodra iets bij zijn naam wordt genoemd en er niets meer omheen gewonden wordt, is die bemiddeling overbodig. De gebeurtenis staat er zoals hij is en heeft geen verlichting meer nodig.


Het tweede: licht is de verdraaiing zelf. Het maakt iets zichtbaar in een vorm die het niet heeft, geeft het een kleur die van de bron komt en een schaduw die niet van hemzelf is. Dan is het wegvallen van dat licht geen gemis maar het ophouden van de vertekening.


Wat de twee gemeen hebben: er is geen ster meer nodig. En dat sluit aan bij iets dat eerder is opgemerkt — dat een teken in het donker van een steen ontstaat, ongelezen, en daar niet minder aanwezig door is. Belichting is een latere handeling van wie wil lezen.


Het kind dat vooropgaat


Het kind is de vader van de moeder, die niet gezien is in de donkerte van de steen, die rechtop staan in de cirkels van het leven.


Neem het eerste stuk apart, dan valt het uiteen.


Niemand is moeder voordat er een kind is. De vrouw was er al, maar de moeder niet. Zij komt tot stand op het ogenblik dat er iemand geboren wordt, en het is dat kind dat haar tot stand brengt.


Zij baart hem. Hij verwekt haar.


Dat is geen woordspel. Wie voor het eerst een kind krijgt, wordt iemand anders, en dat komt niet uit haarzelf — dat wordt haar aangedaan door iemand die er die ochtend nog niet was.


En zij is niet gezien, in het donker van de steen. Dat is dezelfde plek waar het teken ontstaat zonder dat iemand kijkt. Wat ongezien is, is er daarom niet minder.


Dan de stenen die rechtop staan in cirkels. Overal in Europa staan ze — opgericht, in kringen gezet, duizenden jaren geleden, door mensen van wie wij de taal niet kennen en de bedoeling niet. Er is veel over beweerd en weinig over vastgesteld. Wat vaststaat is dat iemand die stenen overeind heeft gezet en er een kring van heeft gemaakt.


Een kring is een windroos zonder wijzers. Alle punten liggen even ver van het midden, geen ervan is de voorkant, en toch is er iets aangewezen. Niet een richting. Een plaats om omheen te zitten.


De boom die overgaat in steen


Het geweer is een loop zonder toestand in het sterrenlicht. Hierop gaat de boom over in wijsheid van steen.


Een loop is een holle buis. Zonder wat erin gestopt wordt is het niets — een richting zonder inhoud, een vorm die pas iets wordt op het moment dat iemand hem laadt. In het licht van de sterren is er niets in gedaan.


En daarna gaat de boom over in wijsheid van steen.


Wat groeit, wordt wat blijft. De eik uit het vorige stuk staat er honderden jaren en valt dan om; de steen in de cirkel stond er al toen de eik nog een eikel was en staat er nog. Dat is geen verlies. Het is de traagste vorm van doorgeven die er is.


Boom en steen, en de een die de ander wordt. Wat leeft en beweegt gaat over in wat niets meer doet dan er zijn — en juist dat blijkt het langst te spreken.


En de plek


Blijft de kring om het vuur.


Er is niet uit te maken wie er komt zitten, en dat hoeft ook niet om vast te stellen dat er iets gebeurt. De plek is vrijgehouden en de kring is daardoor veranderd. Dat is geen belofte en geen voorspelling. Het is wat er nu al is.


En er zitten er twee naast.


De een maakt overdag dingen dicht. Hij werkt met lood, hij sluit naden, hij zorgt dat er niets doorkomt waar niets door mag. Dat is een vak en hij kent het. Hier doet hij daar niets van.


De ander komt van ver terug, uit een tijd waarvan we de namen niet meer weten, en hij houdt een lamp op zijn knieën. Hij giet er olie in.


Niet wrijven. Vullen.


Er komt niemand uit die lamp. Er wordt niets gevraagd en niets beloofd. Er is alleen iemand die zorgt dat er licht is op de plek waar nog niemand zit, terwijl een ander zorgt dat het droog blijft. Twee kleine handelingen, en geen van beiden weet waarvoor.


En dan gaat het opeens. Zo gaat het meestal.


Er is een dag waarop je een jas draagt die je vorige maand niet had. Voor de deur staat iets dat er niet stond. Een leven neemt een wending waar niemand op rekende, en achteraf lijkt het of die er altijd al aankwam.


Wat wij vanzelfsprekend vinden, stond honderdvijftig jaar geleden op niemands lijstje. Licht dat je aanknipt. Een stem uit een apparaat. Een mens die de aarde van bovenaf ziet. Al die plaatsen zijn ooit opengehouden door mensen die niet wisten waarvoor, en zij zijn inmiddels bezet. De kring is al talloze keren aangevuld.


Het duidelijkst gebeurt het bij een kind. Er komt iemand zitten die er niet was. En op hetzelfde ogenblik is er een nieuwe lege plaats — voor wie dit kind ooit meebrengt. Er wordt gevuld en er gaat iets open, in één beweging.


En de stoel zelf maakt dan plaats. Wie erbij komt schuift aan op de grond, in de kring, waar niemand hem hoeft aan te wijzen. Zo wordt een kring niet voller maar wijder.


Misschien is dat de mimiek. Niet een gezicht op het meubel, maar wat het meubel doet met de gezichten eromheen.


En wie het dan is


Er loopt iets door deze stukken heen dat pas aan het eind zichtbaar wordt.


Er is iets dat bij ieder mens anders aankomt, en daarom laat het zich niet vastleggen. Wat een bevestiging heet, toont alleen aan dat het van hand tot hand is gegaan — verder is niet dieper. Wat je raakt is wat je hebt binnengelaten, en dat is lang niet altijd een keuze geweest; het meeste is er als afdruk in gekomen voordat er iemand was om te beslissen. En alles wat er te zien valt ligt in hetzelfde vlak: alle richtingen, geen voorkant, geen bovenkant.


Wat dan overblijft is één houding die nu al werkt. Een plek openhouden zonder er een gezicht in te schilderen.


En daar zit het laatste in, en dat is het onverwachte deel.


Wie een plek openhoudt, houdt hem ook open voor zichzelf.


Kijk naar de twee die naast de lege plaats zitten. Zij wachten niet. De een dicht naden, de ander vult een lamp. Zij doen iets kleins waarvan de zin nog niet vaststaat, en wat er uiteindelijk komt zitten is vaak precies datgene waar iemand al die tijd aan gewerkt heeft zonder te weten waarvoor.


Een weg gaat twee kanten op. Wie zegt dat er iemand langs die weg naar hem toe komt, heeft daarmee gezegd dat de weg begaanbaar is — ook vanaf hier.


Dat betekent niet dat verlangen iets tevoorschijn brengt, of dat wie hard genoeg gelooft krijgt wat hij wil. Dat werkt veelal niet, en het legt bovendien de rekening bij wie niets krijgt.


Wat er wel staat is nuchterder, en in elk leven te zien. Waar wij op wachten hoeft niet van buiten te komen. Het kan gemaakt worden. Door een vakman, door een kind, door handen die olie in een lamp gieten terwijl niemand kijkt.


De plek die je openhoudt is misschien voor jou.


Wie een plek vrijhoudt, houdt hem niet leeg. Hij houdt hem beschikbaar.


Er is er altijd één te veel. En dat is geen tekort.

To display the Widget on your site, open Blogs Products Upsell Settings Panel, then open the Dashboard & add Products to your Blog Posts. Within the Editor you will only see a preview of the Widget, the associated Products for this Post will display on your Live Site.

Start your 14 days Free Trial to activate products for more than one post.

icon above or open Settings panel.

Please click on the

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page